Op 27 juni 2015 constateerde een parkeercontroleur dat de auto van belanghebbende geparkeerd stond in een parkeervak zonder dat parkeerbelasting was voldaan. Belanghebbende stelde dat het voertuig slechts kortstondig stil stond vanwege het onmiddellijk laden en lossen van goederen. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op, die ook na bezwaar en beroep door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de auto niet geparkeerd stond maar werd gebruikt voor laden en lossen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet had geconcretiseerd welke feiten en omstandigheden dit onderbouwen. Foto’s en een verklaring van de parkeercontroleur toonden aan dat de auto leeg was, de portieren gesloten en geen laad- of losactiviteiten werden waargenomen.
Verder stelde belanghebbende dat de hoorplicht was geschonden omdat een verklaring van de parkeercontroleur pas in de beroepsfase werd overgelegd. Het Hof vond dat belanghebbende tijdens het hoorgesprek op de hoogte was gesteld van de relevante feiten en dat haar procesbelangen niet waren geschaad.
Het Hof concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat geen sprake was van onmiddellijk laden en lossen, maar van parkeren zonder betaling van parkeerbelasting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.