ECLI:NL:GHAMS:2017:262
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- W.H.F.M. Cortenraad
- G.C. Boot
- Rechtspraak.nl
Gematigde boete wegens overtreding concurrentie- en geheimhoudingsbeding na dienstverband
De zaak betreft een geschil tussen [appellant], voormalig werknemer van Infácy B.V., en Infácy over de overtreding van een relatie- en geheimhoudingsbeding na beëindiging van het dienstverband. [Appellant] was trainer/adviseur bij Infácy en had een concurrentiebeding dat hem verbood om tot twee jaar na zijn dienstverband contact te onderhouden met cliënten en relaties van Infácy.
Na beëindiging van het dienstverband in 2009 trad [appellant] in dienst bij SBI Training en Advies B.V. Infácy stelde dat [appellant] het relatiebeding had geschonden door werkzaamheden te verrichten voor ondernemingsraden van klanten van Infácy en eiste boetes. De kantonrechter veroordeelde [appellant] tot betaling van €62.000 aan boetes en bijkomende kosten.
Het hof oordeelde dat het relatiebeding inderdaad is geschonden op 23 dagen, maar dat de boete buitensporig was. Gelet op de omstandigheden, waaronder het ontslag zonder verwijt, het ontbreken van directe benadering van relaties door [appellant], en het tijdsverloop tot aan de procedure, matigde het hof de boete tot €25.000. De overtreding van het geheimhoudingsbeding werd niet bewezen omdat [appellant] geen materiaal van Infácy had meegenomen en het gebruik van materiaal via ondernemingsraden niet als schending werd aangemerkt.
De proceskosten in principaal appel werden gecompenseerd en Infácy werd veroordeeld tot betaling van de kosten in incidenteel appel. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van het relatiebeding is gematigd tot €25.000 en de overtreding van het geheimhoudingsbeding is niet bewezen.