In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter wegens diefstal van een snorfiets te Haarlem op 8 februari 2016, betwistte de verdediging de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte op camerabeelden. De raadsvrouw voerde aan dat de beelden van onvoldoende kwaliteit waren, geen specifieke persoonskenmerken werden genoemd en dat de verbalisanten mogelijk overleg hadden gehad.
Het hof oordeelde dat de stills van voldoende kwaliteit waren en dat meerdere verbalisanten de verdachte onafhankelijk van elkaar herkenden aan kleding, houding en postuur. Ook werd erkend dat sommige verbalisanten de verdachte kenden uit eerdere aanhoudingen. Het hof verwierp het verweer dat de herkenning onbetrouwbaar was en achtte het bewezen dat verdachte samen met anderen de snorfiets heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
De tenlastelegging is waarheidsgetrouw gelezen en waar nodig verbeterd zonder de verdediging te schaden. Het hof verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van één maand, rekening houdend met eerdere veroordelingen en de maatschappelijke impact van diefstal op straat.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 maart 2017.