ECLI:NL:GHAMS:2017:3064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- H.M.M. Steenberghe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over berekening transitievergoeding bij opvolgend werkgeverschap
In deze civiele zaak staat de hoogte van de transitievergoeding centraal die aan de werknemer toekomt na beëindiging van het dienstverband. De werknemer was sinds 1 februari 2012 in dienst bij Tzorg, nadat Tzorg de concessie had overgenomen van een vorige werkgever. De werknemer vorderde een hogere transitievergoeding dan toegekend door de kantonrechter.
Het geschil betreft met name de vraag welke diensttijd in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de transitievergoeding: de werknemer stelt dat de gehele aaneengesloten periode bij de vorige en huidige werkgever moet worden meegeteld volgens artikel 7:673 lid 4 onder Pro b BW, terwijl Tzorg zich beroept op het oude recht en stelt dat inzicht in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer vereist is.
Het hof oordeelt dat het nieuwe recht van artikel 7:673 lid 4 BW Pro zonder overgangsrecht direct van toepassing is, waardoor de gehele aaneengesloten diensttijd bij opvolgend werkgevers geldt, ongeacht het inzicht van de werkgever. Het beroep van Tzorg op rechtszekerheid wordt verworpen. Ook wordt vastgesteld dat Tzorg als opvolgend werkgever moet worden aangemerkt vanwege de concessiewissel en de feitelijke gang van zaken rondom de indiensttreding.
De grieven van Tzorg falen en het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter. Tzorg wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en veroordeelt Tzorg tot betaling van de hogere transitievergoeding en proceskosten.