Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een notaris wegens vermeende tekortkomingen bij het opstellen en laten verlijden van een akte van huwelijkse voorwaarden in 1999. De kamer voor het notariaat verklaarde haar klacht niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de driejaarstermijn voor het indienen van klachten.
Klaagster stelde dat zij pas in juli 2015, tijdens een overleg over scheiding, op de hoogte is geraakt van het feit dat zij onder koude uitsluiting was getrouwd, waardoor de klacht alsnog tijdig zou zijn. Het hof oordeelde dat klaagster voor een deel van haar klachten te laat was, maar gaf haar de mogelijkheid om door middel van getuigen te bewijzen dat zij pas in juli 2015 kennis heeft genomen van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden.
Het hof besloot het getuigenverhoor toe te staan en hield verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd. Tevens wees het hof de procedure voor het getuigenverhoor aan, inclusief termijnen voor het opgeven van getuigen en de locatie van het verhoor.