Uitspraak
1.Het geding
2.De feiten
De in de tenlastelegging genoemde aangevers [B.Z.] , [P.B.] , [T.S.] ,[M.B.] , [Y.D.] , [N.R.] en [A.D.] .
3.Het wrakingsverzoek
- de stelling van de raadsman dat de aanwezigheid van een novum met zich brengt dat het hof de verzoeken had moeten toetsen aan het verdedigingsbelang en niet aan het noodzakelijkheidscriterium, geen steun vindt in het recht.
- Er is geen sprake van een novum. De verklaring van [E.B.] van 17 juni 2017 bevat weliswaar enkele nieuwe elementen, maar in de kern luidt die verklaring niet anders dan de eerder door [E.B.] afgelegde verklaring. De (on)vrijwilligheid van de ondergane handelingen is van meet af aan onderwerp van de ondervraging geweest, bij [E.B.] , maar ook bij de andere aangevers. De verdachte heeft zich immers van meet af aan op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde handelingen hebben plaatsgevonden op basis van vrijwilligheid. Het wrakingsverzoek ontbeert in zoverre een feitelijke grondslag.