ECLI:NL:GHAMS:2017:3853
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in hoger beroep mishandeling
In deze zaak werd op 20 april 2017 tijdens de zitting van het gerechtshof Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters die het hoger beroep behandelden in een mishandelingszaak. De verzoeker was in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens mishandeling. Het wrakingsverzoek betrof de afwijzing van een verzoek om de zaak terug te wijzen naar de politierechter vanwege een niet-betekende wijziging van de tenlastelegging.
De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte waren het eens dat de wijziging van de tenlastelegging aan de verdachte had moeten worden betekend, maar het hof oordeelde dat de wijziging van ondergeschikte aard was en de verdediging niet redelijkerwijs was geschaad. De raadsman diende daarop een wrakingsverzoek in wegens vermeende vooringenomenheid van de rechters.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van het recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onpartijdigheid van rechters. Er werd geoordeeld dat het wrakingsverzoek niet gegrond was omdat de beslissing van het hof gemotiveerd en niet onbegrijpelijk was en er geen objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid waren. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.