ECLI:NL:GHAMS:2017:3858
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na voorlopige hechtenis wegens gebrek aan billijkheid
Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding van €220 wegens de ondergane voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. Het hof beoordeelde het verzoek op grond van artikel 89 en Pro 90 Sv, waarbij het billijkheidsoordeel centraal stond.
De voorlopige hechtenis vond plaats na een aanhouding op 5 april 2015 wegens een verdenking van poging tot autodiefstal, waarbij een turbodecoder bij verzoeker werd aangetroffen. Verzoeker maakte tijdens verhoren gebruik van zijn zwijgrecht en gaf geen verklaring, wat volgens het hof de verdenking in stand hield en het onderzoek bemoeilijkte.
Hoewel de zaak zonder strafoplegging werd beëindigd, oordeelde het hof dat de nadelige gevolgen van de hechtenis voor rekening van verzoeker moeten blijven. Het zwijgrecht is een recht, maar kan gevolgen hebben voor de toekenning van schadevergoeding. Het hof vond geen gronden van billijkheid aanwezig om vergoeding toe te kennen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding af wegens het ontbreken van gronden van billijkheid.