ECLI:NL:GHAMS:2017:39
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen klacht over handelen kandidaat-notaris inzake depotgelden
In deze civiele zaak stond een klacht tegen een kandidaat-notaris centraal, die werd verweten dat hij geen rente vergoedde over depotgelden, niet naar behoren rekening en verantwoording aflegde, en depotgelden uitbetaalde zonder toestemming van alle gerechtigden. De klacht was ingesteld door twee klagers, waarvan klager 2 namens klager 1 optrad.
De feiten betreffen de verkoop van een gezamenlijke woning van klager 1 en zijn ex-echtgenote, waarbij de opbrengst in depot bleef staan vanwege een geschil. De kandidaat-notaris communiceerde over de rentevergoeding en uitbetaling, maar er ontstond onenigheid over de specificatie van de financiële afwikkeling en toestemming voor uitbetaling.
De kamer verklaarde enkele klachtonderdelen niet-ontvankelijk en legde een waarschuwing op aan de kandidaat-notaris. Het hof vernietigde deze beslissing, oordeelde dat klager 2 ontvankelijk was, maar dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. Het hof stelde vast dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verwijt treft voor het initiële standpunt over rentevergoeding en dat de klachten over rekening en verantwoording en uitbetaling niet tegen hem, maar tegen de notaris gericht hadden moeten worden, aangezien deze later de afwikkeling overnam.
Het hof besloot daarom de eerdere beslissing te vernietigen en alle klachtonderdelen ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Het hof verklaart alle klachtonderdelen tegen de kandidaat-notaris ongegrond en vernietigt de eerdere beslissing.