Belanghebbende was gehuwd geweest en gescheiden volgens een uitspraak van een Marokkaanse rechtbank. Hij betaalde in 2012 een bedrag van 163.029 dirham dat betrekking had op financiële rechten van zijn kinderen en ex-echtgenote, vastgesteld in een uitspraak van het Gerechtshof Tétouan. De rechtbank had geoordeeld dat de betaling niet aftrekbaar was als onderhoudsverplichting jegens kinderen jonger dan 21 jaar.
In hoger beroep was alleen nog in geschil of een bedrag van €216,80 (2400 dirham) in 2012 aftrekbaar was als periodieke uitkering op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting jegens de gewezen echtgenote. Belanghebbende stelde dat deze betalingen als partneralimentatie moesten worden gekwalificeerd op basis van Marokkaans recht en een rapport van het Internationaal Juridisch Instituut.
Het hof oordeelde dat de betalingen uitsluitend betrekking hadden op financiële rechten van de kinderen en niet op partneralimentatie. Ook het rapport en de overgelegde stukken boden onvoldoende grond om het bedrag als partneralimentatie te kwalificeren. Daarnaast was belanghebbende niet meer verplicht verzorgingsvergoeding te betalen omdat het jongste kind in 2011 meerderjarig was geworden.
De conclusie was dat het bedrag van €216,80 niet aftrekbaar was als onderhoudsverplichting volgens artikel 6.3 Wet IB 2001. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.