ECLI:NL:GHAMS:2017:4201
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gedwongen schuldregeling wegens onvoldoende inzicht en niet aangepast uitgavenpatroon
Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om een gedwongen schuldregeling op te leggen aan geïntimeerde, waarbij hij een betalingsregeling over 181 maanden voorstelde. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het aanbod het uiterste was waartoe hij financieel in staat was, dat hij maandelijks betalingen verrichtte en dat het uitgavenpatroon was aangepast. Tevens verzocht hij om benoeming van een vereffenaar voor toezicht op de regeling.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had verschaft in zijn financiële situatie, met name over zijn inkomsten als zzp’er en het niet aanwenden van een spaartegoed van circa €35.000. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het uitgavenpatroon was aangepast om meer aflossingscapaciteit te creëren.
Daarmee kon niet worden vastgesteld dat het aanbod het uiterste was, zodat geïntimeerde in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling kon komen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot gedwongen schuldregeling af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gedwongen schuldregeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.