ECLI:NL:GHAMS:2017:4226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding overeenkomsten en toewijzing schadevergoeding wegens tekortkoming in nakoming
In deze civiele zaak stond de nakoming van twee overeenkomsten tussen SM Montaza, een Sloveense rechtspersoon, en EWG, een Duitse rechtspersoon, centraal. SM Montaza vorderde schadevergoeding wegens tekortkomingen van EWG bij de uitvoering van projecten in juli 2012. Na een tussenarrest van 3 januari 2017 diende SM Montaza een winstberekening in die haar schade op €901.663,56 stelde.
Het hof nam deze berekening over, maar corrigeerde deze voor vennootschapsbelasting, waardoor de toewijsbare schade neerkwam op €686.247,67. SM Montaza had betwist dat zij ander werk had aangenomen ter compensatie en dat zij voordeel had genoten van de tekortkomingen van EWG. Het hof vond dat SM Montaza geen recht had op handelsrente, maar op wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, ontbond de overeenkomsten, veroordeelde EWG tot betaling van de schadevergoeding met rente en in de proceskosten van beide instanties. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof ontbindt de overeenkomsten en veroordeelt EWG tot betaling van €686.247,67 schadevergoeding met wettelijke rente aan SM Montaza.