Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
1) Er is een zichtbaar verslechterende economische situatie en er komen forse bezuinigingen aan (…)
2) Winkels zijn niet meer de safe haven, zeker door de veel snellere opmars van internetverkopen en dat ook de huurprijzen op de toplocaties dalen in combinatie met heel veel leegstand in de aanloopstraten (mogelijk hier ook de connectie met de zorgen over de loop).
3) SPF ziet de winkels in Blok 8A en Blok 8B toch niet als een A locatie, er ontbreekt een eigen supermarkt in het eigen object dus nu is men alleen afhankelijk van kleinere retailers die (…) niet voldoende levensvatbaar blijken in de nieuwe wereld.
4)(…)
de eigenschappen bezit die nodig zijn voor het gebruik dat hij beoogt en aanvaardt het Verkochte in vorenbedoelde feitelijke toestand met alle zichtbare en onzichtbare gebreken. (..)
heeft onregelmatigheden geconstateerd in de exploitatie bij:
(…)
Grijs Mannenmode B.V., waar huurder ook bijzonder slecht draait en een enorme huurachterstand heeft bij Buiten-Mere over de periode 2011-juli 2012 zonder dat daar zakelijke afspraken over zijn gemaakt en die de mogelijkheid tot huurbetalingen ernstig in de weg staan.
3.Beoordeling
ter bewaring van haar rechten” Buiten-Mere ervan in kennis gesteld dat zij onregelmatigheden had aangetroffen in de exploitatie bij (onder meer) FGP, dat deze ‘
een enorme huurachterstand heeft bij Buiten-Mere over de periode 2011-juli 2012”, “
die de mogelijkheid tot huurbetaling ernstig in de weg staan”, terwijl “
verkoper (…) geen mededeling [heeft] gedaan van deze huursituaties tijdens het onderhandelingsproces”. SPF liet Buiten-Mere in de brief ook weten te onderzoeken of Buiten-Mere aansprakelijk is. In het licht van de door de rechtbank in rov. 4.8 geschetste - onbetwiste - omstandigheden dat SPF pas met de wanbetaling werd geconfronteerd toen FPG de huur over de maand september 2012 niet voldeed, waarna in een gesprek in oktober 2012 bleek dat FPG een structureel betalingsprobleem had, heeft SPF binnen bekwame tijd geklaagd. Dat Buiten-Mere door het tijdsverloop van drie maanden tussen de leveringsdatum en 9 november 2012 in haar verdedigingsbelang is geschaad, is onvoldoende concreet gesteld en evenmin gebleken. De inhoud van de mededeling in de brief van 9 november 2012 is ook niet voor enig misverstand vatbaar. Vanaf 9 november 2012 had Buiten-Mere er daarom rekening mee kunnen én moeten houden dat SPF haar aansprakelijk zou stellen op de grondslag dat Buiten-Mere haar contractuele mededelingsplicht had geschonden. In dat verband is niet van belang dat het vervolgens nog tot 26 juli 2013 heeft geduurd voordat SPF Buiten-Mere daadwerkelijk aansprakelijk stelde. Grief V in principaal appel faalt.