ECLI:NL:GHAMS:2017:4343
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gronden voor wijziging gezamenlijk gezag en zorgregeling na echtscheiding
Na ontbinding van het huwelijk tussen de vrouw en de man oefenden zij gezamenlijk het gezag uit over hun minderjarige kind, met een zorgregeling waarbij het kind drie van de vier weekenden bij de vader verbleef. De vrouw verzocht om eenhoofdig gezag en een aangepaste zorgregeling vanwege angst voor de man en zorgen over het welzijn van het kind.
De rechtbank wees deze verzoeken af, een beslissing die de vrouw in hoger beroep betwistte. Het hof overwoog dat hoewel de communicatie tussen de ouders gebrekkig is en de vrouw psychologische behandeling ondergaat vanwege traumatische ervaringen, dit niet leidt tot een onaanvaardbaar risico voor het kind. Het gezamenlijk gezag blijft daarom in stand.
Ook de zorgregeling werd beoordeeld. De vrouw stelde dat het kind vermoeid en emotioneel belast is na verblijven bij de vader, met lopende hulpverlening. De man en de Raad voor de Kinderbescherming zagen geen aanleiding tot wijziging. Het hof vond dat de huidige regeling in het belang van het kind is en bekrachtigde deze.
Het hof benadrukte dat ouders moeten werken aan betere communicatie, bijvoorbeeld via mediation, en dat zij de zorgregeling met souplesse moeten toepassen naarmate het kind ouder wordt.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en de bestaande zorgregeling en wijst het verzoek tot wijziging af.