ECLI:NL:GHAMS:2017:4716
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis na langdurig zwijgen
De verzoeker vroeg een schadevergoeding van €22.715,- wegens de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. Het hof overwoog dat de toekenning van schadevergoeding op basis van billijkheid moet plaatsvinden, waarbij ook de eigen houding van de verdachte, zoals het zwijgrecht, een rol speelt.
De verzoeker maakte tijdens het proces langdurig gebruik van zijn zwijgrecht, waardoor het onderzoek werd bemoeilijkt en de verdenkingen voortduurden. Ondanks het recht op zwijgen, kan dit gevolgen hebben voor de toekenning van een schadevergoeding. Het hof vond dat de verzoeker hierdoor zelf heeft bijgedragen aan het voortduren van de voorlopige hechtenis.
Gelet op deze omstandigheden en het feit dat de strafzaak zonder strafoplegging eindigde, oordeelde het hof dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om de schadevergoeding toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege de proceshouding van de verzoeker.