ECLI:NL:GHAMS:2017:4731
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding inverzekeringstelling wegens bekennende verklaring
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Sv Pro tot vergoeding van €210,- wegens schade geleden door inverzekeringstelling in een strafzaak. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en het arrest werd onherroepelijk.
Verzoeker was op 22 juni 2016 in verzekering gesteld wegens verdenking van het overtreden van artikel 208 Sr Pro en op 24 juni 2016 weer vrijgelaten. Hoewel verzoeker aanvankelijk ontkende dat hij wist dat het geld vals was, deed hij tijdens het eerste verhoor en bij voorgeleiding bekennende verklaringen dat hij vals geld had uitgegeven en daarvan op de hoogte was.
Het hof oordeelde dat verzoeker de inverzekeringstelling aan zichzelf te wijten had vanwege deze bekennende verklaringen. Er waren geen billijkheidsgronden om de vergoeding toe te kennen. Daarom wees het hof het verzoek af en beval onverwijlde betekening van de beschikking aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van schade door inverzekeringstelling wordt afgewezen omdat verzoeker de inverzekeringstelling aan zichzelf te wijten heeft.