ECLI:NL:GHAMS:2017:4859
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagsbeëindiging moeder over minderjarige zoon afgewezen wegens onduidelijk perspectief
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking waarbij het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige zoon was beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd was benoemd. De moeder betwistte deze beslissing en handhaafde haar standpunt dat het perspectief van haar zoon nog bij haar ligt.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat het perspectief van de minderjarige niet langer bij de moeder ligt vanwege zorgen over zijn ontwikkeling, gedragsproblemen en de beperkte opvoedcapaciteiten van de moeder. De moeder zou niet openstaan voor hulpverlening, wat de situatie niet verbeterde. De minderjarige verbleef sinds zijn uithuisplaatsing meerdere keren in verschillende opvangsituaties en leefgroepen.
Het hof nam kennis van de feiten, waaronder de wisselende plaatsingen van de minderjarige en de beperkte betrokkenheid van de moeder bij hulpverlening. Hoewel het hof grote zorgen had over de uithuisplaatsing en opvoedsituatie, vond het onvoldoende duidelijk dat het perspectief van de minderjarige definitief buiten de moeder ligt, mede omdat hij recent nog negen maanden bij haar verbleef.
Daarom oordeelde het hof dat het beëindigen van het gezag op dit moment niet in het belang van de minderjarige is en vernietigde de bestreden beschikking voor zover het gezag over de zoon betrof. Het verzoek tot beëindiging van het gezag werd afgewezen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar zoon af wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn perspectief.