ECLI:NL:GHAMS:2017:4882

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2017
Publicatiedatum
24 november 2017
Zaaknummer
R 000942-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591 SvArt. 591a SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding van proceskosten na strafzaak zonder oplegging van straf

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en een deskundigenrapport in een strafzaak die zonder oplegging van straf is geëindigd. Het hof heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 591 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering.

De strafzaak betrof een vervolging voor openlijke geweldpleging, behandeld door de politierechter en in hoger beroep waarbij getuigen zijn gehoord. De declaraties van de advocaat voor rechtsbijstand in hoger beroep bedroegen ruim €41.000, wat het hof als bovenmatig beoordeelde gezien de aard, omvang en complexiteit van de zaak.

Het hof matigde daarom de vergoeding voor rechtsbijstand tot €10.000, terwijl de kosten voor het deskundigenrapport en de rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure volledig werden toegekend. De totale vergoeding bedraagt €12.549,50, waarbij het overige verzoek werd afgewezen.

De beschikking werd uitgesproken door de voorzitter van de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 november 2017.

Uitkomst: Het hof kent een gematigde vergoeding van €12.549,50 toe voor proceskosten na strafzaak zonder strafoplegging.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: R 000942-17 (591 Sv en 591a Sv)
Parketnummer in hoger beroep: 23-002121-15
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. A.J.M. Swart, [adres].

1.Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer in hoger beroep ten bedrage van € 41.257,13;
kosten gemaakt in verband met een deskundigenrapport ten bedrage van € 1.996,50;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 30 juni 2017 ingekomen.
Op 18 juli 2017 heeft de advocaat-generaal op voorhand geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van het verzoek.
De voorzitter heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 10 november 2017 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3.Beoordeling van het verzoek

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk geworden.
Met betrekking tot het onder 1 verzochte overweegt het hof als volgt. Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in beginsel aansluiting bij de declaratie van de advocaat. Dit wordt echter anders indien gronden van billijkheid aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet dan wel gaan om een in meer of mindere mate in het oog springende bovenmatigheid (vgl. Gerechtshof Amsterdam 28 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2466).
De verdachte is vervolgd voor openlijke geweldpleging. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de politierechter. In hoger beroep zijn enkele getuigen gehoord door de raadsheer-commissaris. De behandeling van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is tweemaal geschorst.
De declaraties ten behoeve van rechtsbijstand in de onderhavige zaak bedragen ruim eenenveertigduizend euro en betreffen uitsluitend de kosten voor rechtsbijstand in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat de gezamenlijke hoogte van deze declaraties zich niet laat verklaren door de aard, omvang en complexiteit van de zaak, ook niet als de getuigenverhoren in hoger beroep daarbij worden betrokken. Zowel wat betreft het aantal uren als wat betreft de hoogte van het gehanteerde uurtarief wijken de kosten in zo sterke mate af van declaraties die het hof in vergelijkbare zaken onder ogen krijgt, dat het hof van oordeel is dat deze als bovenmatig moeten worden gekwalificeerd. Tijdens de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer zijn, niettegenstaande de bij het verzoekschrift gevoegde gedetailleerde urenspecificatie, geen bijzondere omstandigheden gebleken op grond waarvan de billijkheid met zich brengt dat, niettegenstaande die bovenmatigheid, deze kosten toch volledig vergoed behoren te worden. Het hof zal daarom de verzochte vergoeding voor rechtsbijstand sterk gematigd toewijzen.
Het hof zal de verzochte vergoeding onder 2. voor de kosten voor het opstellen van het deskundigenrapport toewijzen, nu dat rapport het belang van het onderzoek heeft gediend als bedoeld in artikel 591, eerste lid Sv.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van:
kosten rechtsbijstand strafzaak € 10.000,00
kosten deskundigenrapport € 1.996,50
kosten rechtsbijstand verzoekschrift € 550,00
Totaal € 12.549,50

4.Beslissing

De voorzitter:
Kent uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 12.549,50 (twaalfduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en 50 cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de voorzitter van de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 november 2017.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 12.549,50 (twaalfduizend vijfhonderdnegenenveertig euro en 50 cent), te betalen uit ’s Rijks kas aan verzoeker voornoemd door overmaking van bovenstaand bedrag op bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 24 november 2017.
Mr. R.D. van Heffen, voorzitter.