Uitspraak
mr. T.M. Stevensen
mr. R.G.J. de Haan, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
voorheen genaamd Vereniging VEB NCVB),
[A],
[B],
mr. J.H. Lemstraen
mr. P.J. van der Korst, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. I. Spinathen
prof. mr. S. Perrick, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. C.W.M. Lieverseen
mr. T.G. Schoonewille, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
[C],
[D],
[E],
[F],
[G],
[H],
[I],
[J],
[K],
[L],
mr. J. Wendelgelst, kantoorhoudende te Amstelveen,
mr. G.A. Smiten
mr. E.M. Soerjatin, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. W.M. Schonewille, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,
mr. M.H.J. van Maanenen
mr. I.N. Tzankova, beiden kantoorhoudende te ’s‑Gravenhage, thans
mr. G. te Winkelen
mr. N.A. van Loon, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
DE 286 NATUURLIJKE PERSONEN EN 7 RECHTSPERSONEN GENOEMD IN PRODUCTIE 1 BIJ DE ANTWOORDAKTE NA CASSATIE EN VERWIJZING VAN BELANGHEBBENDE 8.1,
thans met uitzondering van Tiziana Stoppani,
A. DURANT,
M. BOSCHETTI,
R. BOSCHETTI,
mr. M.W.E. Evers, kantoorhoudende te Amsterdam,
Tiziana STOPPANI,
mr. M.W.E. Eversen
mr. D.J.M. Lange, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. M. Ziekmanen
mr. B.T.A. Baldwin, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans zonder advocaat,
mr. W.J. Bosmaen
mr. J.A.M.A. Sluysmans, beiden kantoorhoudende te ’s‑Gravenhage,
DE 44 (RECHTS)PERSONEN GENOEMD IN BIJLAGE 1 BIJ HET VERWEERSCHRIFT VAN BELANGHEBBENDEN 11.1 en 11.2,
mr. J.M. van den Bergen
mr. M. Wolters, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. C. Zijdervelden
mr. S.M. Prevoo, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. S.A.J. van Rossumen
mr. J.A. Voerman, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
[M],
mr. R. Slotboom, kantoorhoudende te Rotterdam,
mr. N.G. Wijnstekers, kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen,
mr. C.C.A. van Resten
mr. M.H.R.N.Y. Cordewener, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
[N],
[P],
[Q],
[R],
[S],
[T],
[U],
[V],
mr A.P. Kranenburg, kantoorhoudende te Amsterdam,
18 [W] ,wonende te [....] ,
mr. R.J. Borghans, kantoorhoudende te Arnhem,
19 [X] ,
mr. R.G.P. Voragen, kantoorhoudende te Heerlen,
20 [Y] ,
mr. J.W.L. Vader, kantoorhoudende te Alkmaar,
mr. M. Raaijmakers,kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
22 [Z] ,
mr. J. Meyer, kantoorhoudende te Zwolle, thans geen,
mr. R.J. Borghans, kantoorhoudende te Arnhem,
24 [AC] ,
advocaat:
mr. R.J. Borghans, kantoorhoudende te Arnhem,
25 [AD] ,
mr. J. Hagers, kantoorhoudende te Amsterdam,
27 [AH] ,
28 [AI] ,
29 [AJ] ,
30 [AK] ,
31 [AL] ,
32 [AM] ,
33 [AN] ,
34 [AO] ,
35 [AP] ,
mr. J.H. van Gelderen, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,
36 [AQ] ,
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, kantoorhoudende te Wassenaar, thans
mr. A.R. Oosthout, kantoorhoudende te Leiden.
1.Het verloop van het geding
- verzoeker als de Minister;
- belanghebbenden sub 7 als Brigade Fund c.s.;
- belanghebbende sub 10 als Intégrale Gemeenschappelijke Verzekeringskas, en;
- belanghebbende sub 36 als [AQ] .
out-of-pocket expenses.
out-of-pocket expenses. Ter toelichting van hun verzoek hebben de deskundigen naar voren gebracht dat in verband met de verlenging van de doorlooptijd van het eerste concept van het deskundigenrapport tot uiterlijk medio november 2017, zij verwachten dat de kosten van het onderzoek zullen stijgen van € 2,25 miljoen (waarbij wordt verwezen naar hun e-mail bedoeld in 1.5) naar € 2,5 miljoen, exclusief BTW en
out-of-pocket expensesen dat de aanvullende kostenbegroting is gebaseerd op werkzaamheden met een omvang van 60 uur per week voor de drie deskundigen gezamenlijk en van 60 uur per week aan ondersteunende werkzaamheden door medewerkers van Duff & Phelps en NIBC.
2.De gronden van de beslissing
out-of-pocket expenses(€ 50.000) en het totale voorschot op de kosten van het onderzoek vaststellen op € 3.075.000, inclusief BTW en
out-of-pocket expenses. De Ondernemingskamer herhaalt haar reeds in de beschikking van 16 augustus 2016 gedane verzoek aan de deskundigen (r.o. 3.8) om gedurende de loop van het onderzoek de bestede tijd en gemaakte kosten te registreren en een (dreigende) overschrijding van de begroting zo tijdig mogelijk aan de Ondernemingskamer mede te delen.
3.De beslissing
out-of-pocket expenses(€ 50.000) en bepaalt dat de deskundigen een voorschot op de kosten van het onderzoek toekomt ter grootte van € 3.075.000, inclusief BTW en
out-of-pocket expenses;