Uitspraak
mr. J.F.A. de Volderete Amsterdam,
1.[erfgename sub 1] ,
[erfgenaam sub 2],
[erfgename sub 3],
[erfgename sub 4],
mr. J. Koekkoekte Haarlem.
1.Het geding tot herroeping
2.Beoordeling
“De aangiften inkomstenbelasting zoals ze zijn ingediend zijn altijd samengesteld aan de hand van de door [erflater] en [echtgenote van erflater] verstrekte informatie.”(2)
“Uit aantekeningen van [erflater] uit zijn agenda blijkt ook niet dat er sprake is geweest van een dergelijke lening(hof: een door [de executeur] aan [erflater] verstrekte lening)
”. Op de hem tijdens het getuigenverhoor gestelde vragen heeft [belastingadviseur] geantwoord dat hij de aantekeningen in de agenda na het overlijden van erflater van [echtgenote van erflater] heeft ontvangen, de aantekeningen dus niet met erflater heeft besproken en zijn stelling dat uit die aantekeningen niet blijkt dat sprake is van een lening, heeft gebaseerd op zijn eigen interpretatie van die aantekeningen. De lening aan [C B.V.] , waarover het hof in zijn arrest van 19 november 2013 een oordeel heeft gegeven, betrof een door [echtgenote van erflater] , en derhalve niet door erflater verstrekte lening. De vordering met betrekking tot de andere, door erflater verstrekte lening aan [C B.V.] is bij vonnis van 17 juni 2009 toegewezen.