Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, houder van een Europese Gehandicapten Parkeerkaart, kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat de kaart volgens de parkeercontroleur niet zichtbaar achter de voorruit lag tijdens het parkeren op 17 juni 2015.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag, waarbij de verklaring van de parkeercontroleur als voldoende bewijs werd gezien. Belanghebbende voerde aan dat hij de kaart altijd zichtbaar achter de voorruit legt en de blauwe parkeerschijf ook had neergelegd.
In hoger beroep oordeelt het hof dat, hoewel het vermoeden bestaat dat de kaart niet correct was geplaatst, belanghebbende voldoende geloofwaardige verklaringen heeft gegeven om de juistheid van de waarneming van de parkeercontroleur te betwijfelen. De verklaring van de parkeercontroleur, opgesteld meer dan anderhalf jaar na het incident, en de toelichting van de heffingsambtenaar zijn onvoldoende om deze twijfel weg te nemen.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de naheffingsaanslag en eerdere uitspraken vernietigd, en wordt de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd.