De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van diefstal uit een woning en opzetheling van een motorscooter. Op 8 juni 2016 drong hij samen met twee anderen een woning binnen via een openstaande schuifpui en vertrok met gestolen goederen. De verdachte werd herkend op camerabeelden en door getuigen.
Daarnaast werd vastgesteld dat hij tussen 29 juni en 13 juli 2016 een motorscooter met diefstalschade had verworven, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gestolen was. De verdachte gaf tegenstrijdige verklaringen over de herkomst van de scooter, maar het hof achtte bewezen dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de scooter gestolen was.
De rechtbank had een deels voorwaardelijke straf opgelegd, maar het hof vond gelet op de ernst van de feiten, de recidive en de impact op het slachtoffer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De verdachte had geen openheid gegeven over zijn rol en geen verantwoordelijkheid genomen. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van voorarrest.