ECLI:NL:GHAMS:2017:5498
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek forfaitaire vergoeding kosten rechtsbijstand na afwijzing verzoek ex artikel 89 Sv
Het verzoek betrof het toekennen van een forfaitaire vergoeding uit de Rijkskas voor kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand bij een verzoek ex artikel 89 Sv Pro. Dit verzoek werd ingediend na afloop van een strafzaak die zonder strafoplegging of maatregel eindigde en onherroepelijk is geworden.
De advocaat-generaal adviseerde afwijzing van het verzoek omdat het voor de verdediging duidelijk had moeten zijn dat het verzoek ex artikel 89 Sv Pro zou worden afgewezen. De advocaat van verzoeker stelde daartegenover dat het verzoek niet willekeurig of kansloos was bij indiening.
Het hof overwoog dat de beslissing op een verzoek ex artikel 89 Sv Pro een billijkheidsoordeel vergt en dat het afwijzen van dat verzoek niet automatisch betekent dat ook het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand moet worden afgewezen. Echter, indien het voor verzoeker en diens advocaat volstrekt duidelijk was dat het verzoek zou worden afgewezen, ontbreken gronden van billijkheid voor toewijzing.
Gezien de bestendige jurisprudentie van het hof, waaronder recente uitspraken, was het verzoek bij voorbaat kansloos. Daarom wees het hof het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Uitkomst: Het verzoek tot toekenning van een forfaitaire vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen.