Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Desgevraagd deelde partij 1 ( [appellant] , toevoeging hof) ons mede dat hij omstreeks augustus 2010 voor de eerste maal waterlast had ondervonden tijdens hevige regenval en dit water toestroomde naar diens woonperceel. Genoemd perceel bleek lager te liggen dan het omliggende terrein. Partij 1 verklaarde de oorzaak gelegen in het intensief bebouwen en verder ontwikkelen (bouwrijpmaking) van het bedrijventerrein Schiphol-oost. Mede door deze bouwactiviteiten bleken regelmatig afvoer en rioolleidingen verstopt te raken, te worden afgekoppeld dan wel in het ongerede te raken. Voor augustus 2010 werd door partij 1 nimmer overlast ondervonden van toestromend water uit de omgeving. (...) In aanwezigheid van comparanten stelden wij vast dat ter plaatse sprake is van een zonk in het terrein waarbij het hemelwater via vrij verval door het omliggende terrein dient te worden afgevoerd en dan met name via een naast het terrein gelegen afvoersloot. Dit systeem functioneert evenwel niet dan wel onvoldoende door de geringe terreinhoogte. Gelet op de overhoogte van het omliggende openbare terrein zal het perceel van partij 1 dienen te worden verhoogd dan wel dienen te worden voorzien van een pompinstallatie welke het water mechanisch oppompt naar het hoofdriool.