De zaak betreft een leerkracht die na twee jaar ziekte haar arbeidsomvang zag wijzigen van vrijwel voltijds naar 55%, conform haar medische mogelijkheden. Kolom, de werkgever, stelde dat deze wijziging geen opzegging van de arbeidsovereenkomst was, terwijl de werknemer een transitievergoeding vorderde.
De kantonrechter kende aanvankelijk een transitievergoeding toe, maar het hof vernietigde deze beslissing. Het hof stelde vast dat de wijziging in nauw overleg en met instemming van de werknemer tot stand was gekomen en dat het gebruik van een Akte van Ontslag en een Akte van Aanstelling voortvloeide uit de cao-regelgeving omtrent herplaatsing bij arbeidsongeschiktheid.
De brief van Kolom waarin de wijziging werd aangekondigd, werd niet als opzegging aangemerkt omdat het dienstverband werd voortgezet en geen einde werd beoogd. De vorderingen van de werknemer tot transitievergoeding, billijke vergoeding en achterstallig loon werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.