ECLI:NL:GHAMS:2017:840
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand ondanks betaling
Tussen appellant en de gemeente is een tijdelijke huurovereenkomst gesloten voor een perceel grond. Appellant betaalde de huur vanaf december 2014 niet tijdig, met een achterstand van vijf maanden vanaf juni 2015. Na dagvaarding is de achterstand voldaan, maar dit leidt niet tot het wegvallen van de tekortkoming.
Appellant voerde aan dat hij de lopende huur nu wel betaalt en dat hij afhankelijk is van het gehuurde voor zijn levensonderhoud. Ook stelde hij dat het gehuurde als bedrijfsruimte moet worden gekwalificeerd, waardoor de huur voor vijf jaar zou gelden. Het hof oordeelde dat het niet voldoen aan de huur een wezenlijke tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt, mede gezien de eerdere betalingsachterstand.
Het hof vond de stelling dat appellant volledig van het gehuurde afhankelijk is onvoldoende onderbouwd, vooral omdat appellant de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en waarschijnlijk AOW ontvangt. Het bewijsaanbod van appellant werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant tot ontruiming en betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt appellant tot ontruiming en betaling van proceskosten.