Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond centraal of appellant de borgtochtakte, ten overstaan van de notaris te Zwolle op 8 oktober 2007, daadwerkelijk heeft ondertekend. Het hof heeft het tegenbewijs van appellant beoordeeld aan de hand van getuigenverklaringen, waaronder die van de notaris en partijen zelf.
De notaris, als onafhankelijke getuige, verklaarde consistent en overtuigend dat appellant de borgtochtakte heeft ondertekend, hetgeen werd bevestigd door geïntimeerde 1 en 2. De verklaring van appellant, die ontkende de borgtochtakte te hebben ondertekend, kon het hof niet overtuigen.
Het hof concludeerde dat appellant niet is geslaagd in het tegenbewijs en bevestigde daarmee de aansprakelijkheid van appellant op grond van de borgtochtakte voor de huurschuld. Het vonnis van 19 november 2014 werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat appellant aansprakelijk is op grond van de borgtochtakte.