Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.EDRIE REKREATIE B.V.,
A.P.R. MANAGEMENT EN BELEGGINGEN B.V.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de beoordeling van een renteswapovereenkomst centraal, waarbij appellanten Edrie Rekreatie B.V. en A.P.R. Management en Beleggingen B.V. een beroep doen op dwaling. Het hof bevestigt in een tussenarrest dat de rechtsverhouding tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een adviesrelatie, waarbij het aanbieden van de renteswap als het verlenen van een beleggingsdienst moet worden beoordeeld.
Na het tussenarrest van 4 oktober 2016 hebben partijen de mogelijkheid gekregen zich nader uit te laten over deze kwalificatie en om te proberen tot een minnelijke regeling te komen op basis van het Uniform herstelkader rentederivaten MKB. Edrie c.s. stelt dat ABN Amro niet heeft gereageerd op hun poging tot schikking, terwijl ABN Amro aangeeft wel tot een regeling bereid te zijn, maar eerst goedkeuring van de AFM en een externe accountant nodig te hebben.
Het hof gaat ervan uit dat ABN Amro een voorstel tot compensatie zal doen en besluit de zaak aan te houden in afwachting daarvan. Partijen kunnen weer arrest vragen indien zij het voorstel niet wensen af te wachten of geen vergelijk bereiken. De zaak wordt telkens voor een half jaar aangehouden totdat verdere beslissingen worden genomen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 maart 2017 en betreft een vervolg op eerdere procedures, waarbij de nadruk ligt op de adviesrelatie en de toepassing van het herstelkader voor rentederivaten in het MKB.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van een voorstel tot compensatie op basis van het Uniform herstelkader rentederivaten MKB.