Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De nadere beoordeling
3.De beslissing
1 juni 2018.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen centraal. Het hof heeft bij een eerdere tussenbeschikking vastgesteld dat onvoldoende objectieve gegevens beschikbaar waren om te beoordelen of de uithuisplaatsing noodzakelijk is. De moeder verzoekt om nader onderzoek naar haar opvoedingsvaardigheden en de relatie met haar kinderen.
De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de moeder voldoende kansen heeft gehad en dat nader onderzoek niet in het belang van de kinderen is. De Raad voor de Kinderbescherming handhaaft haar advies om de uithuisplaatsing te bekrachtigen. Het hof oordeelt dat het dossier onvoldoende is om een definitieve beslissing te nemen en wijst het verzoek van de moeder toe.
Het hof benoemt een GZ-psycholoog als deskundige om een uitgebreid onderzoek te verrichten, waarbij diverse onderzoeksvragen worden gesteld over de ontwikkeling van de kinderen, de relatie met de moeder, en de opvoedingsvaardigheden van de moeder. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 1 juni 2018 om het onderzoek te kunnen afronden en de partijen gelegenheid te geven te reageren op de bevindingen.
Uitkomst: Het hof gelast nader deskundigenonderzoek en houdt de zaak pro forma aan tot 1 juni 2018.