ECLI:NL:GHAMS:2018:1060

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2018
Publicatiedatum
30 maart 2018
Zaaknummer
23-003199-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 Wegenverkeerswet 1994Art. 116 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 177 Wegenverkeerswet 1994Art. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 378a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden zonder rijbewijs op snorfiets in Heerhugowaard

De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs op een snorfiets op de Middenweg te Heerhugowaard op 13 juni 2015. Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Voor een andere zaak werd hij niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld.

Het hof vernietigde het vonnis voor de zaak met parketnummer 96-030503-16 en deed opnieuw recht. Het achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zonder geldig rijbewijs reed. De tenlastelegging werd waar nodig taalkundig verbeterd zonder de verdediging te schaden. Het hof sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.

De strafbaarheid werd bevestigd op grond van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Gezien de ernst van het feit, de recidive van de verdachte en het ontbreken van gedragsverandering, legde het hof een straf van twee weken hechtenis op. De verdachte toonde geen respect voor de verkeersregels en de belangen van andere weggebruikers door onverzekerd en zonder bekwaamheidsbewijs te rijden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee weken hechtenis voor rijden zonder rijbewijs op een snorfiets.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003199-17
datum uitspraak: 27 maart 2018
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 mei 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 96-030503-16 en 96-052065-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep gericht tegen parketnummer 96-052065-16
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 20 mei 2016 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De dagvaarding is de verdachte op 11 maart 2016 in persoon betekend.
De verdachte is op 20 mei 2016 bij verstek veroordeeld.
Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 8 september 2017.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.

Onderzoek van de zaak met parketnummer 96-030503-16

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 maart 2018.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 96-030503-16:
hij, op of omstreeks 13 juni 2015 te Heerhugowaard, als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets) heeft gereden op de weg, de Middenweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep met betrekking tot de zaak met parketnummer 96-030503-16

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan op de voet van artikel 378a Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij, op 13 juni 2015 te Heerhugowaard, als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets) heeft gereden op de weg, de Middenweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Hetgeen in de zaak met parketnummer 96-030503-16 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg met parketnummer 96030503-16 bewezen verklaarde veroordeeld tot hechtenis voor de duur van twee weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Door zonder over een rijbewijs te beschikken toch aan het verkeer deel te nemen met een snorfiets heeft de verdachte laten zien geen boodschap te hebben aan de bevoegde autoriteiten, noch aan de belangen andere verkeersdeelnemers nu hij aldus onverzekerd en zonder het vereiste bewijs van bekwaamheid aan het verkeer deelneemt.
Blijkens een recent de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie is verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld wegens het overtreden van de Wegenverkeerswet. Eerdere veroordelingen tot geldboetes ter zake van het rijden zonder rijbewijs hebben de verdachte kennelijk niet tot een gedragsverandering kunnen bewegen.
Het hof acht, alles afwegende, hechtenis van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 en op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-052065-16 onder 1 en 2 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-030503-16 bewezen verklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van
2 (twee) weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. V. Mul en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van O. Stojakovic, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2018.
=[...]