ECLI:NL:GHAMS:2018:1161
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping gerechtsdeurwaarders wegens niet toepassen beslagvrije voet
In deze zaak staat het hoger beroep centraal van twee gerechtsdeurwaarders tegen een door de kamer voor gerechtsdeurwaarders opgelegde berisping. De klacht van klaagster betreft het niet toepassen van een beslagvrije voet op een bankbeslag, terwijl zij daartoe verzocht had en alle benodigde gegevens aan de deurwaarders had verstrekt. Het beslag trof onder meer haar maandelijkse bijstandsuitkering, waardoor zij in financiële problemen kwam.
De gerechtsdeurwaarders voerden onder meer aan dat klaagster sinds mei 2016 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling viel en dat de WSNP-bewindvoerder als procespartij moest worden aangemerkt, waardoor het verzet niet ontvankelijk zou zijn. Ook stelden zij dat de kamer ten onrechte aanvullende stukken had toegevoegd zonder hen in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.
Het hof oordeelt dat klaagster ondanks de WSNP-bewindvoerder handelingsbevoegd blijft in deze tuchtprocedure en dat er geen procedurefout is gemaakt. Wel acht het hof het terecht dat partijen alsnog schriftelijk kunnen reageren op de aanvullende stukken die de kamer in het dossier heeft gevoegd. Daarom wordt de beslissing aangehouden en wordt een schriftelijke reactie van beide partijen gevraagd, waarna de zaak schriftelijk zal worden afgedaan tenzij een mondelinge behandeling wordt verlangd.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en geeft partijen gelegenheid tot schriftelijke reactie op de stukken en klacht.