ECLI:NL:GHAMS:2018:3208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berisping gerechtsdeurwaarders wegens niet toepassen beslagvrije voet bij bankbeslag
In deze civiele zaak klaagt klaagster over het handelen van gerechtsdeurwaarders die geen beslagvrije voet toepasten bij een bankbeslag op haar rekening waarop haar bijstandsuitkering werd gestort. De gerechtsdeurwaarders legden executoriaal beslag op een bedrag van €1.029,-, vrijwel gelijk aan de bijstandsuitkering, en weigerden de beslagvrije voet toe te passen ondanks herhaalde verzoeken en bewijsstukken van klaagster.
De gerechtsdeurwaarders stelden dat klaagster tot haar toelating tot de WSNP een eenmanszaak exploiteerde waaruit zij (zwarte) inkomsten genoot, waardoor toepassing van de beslagvrije voet de schuldeiser onevenredig zou benadelen. Het hof oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs was voor deze stelling en dat de gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door de beslagvrije voet niet toe te passen.
Het hof bevestigde de eerder door de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer opgelegde maatregel van berisping. Tevens werd afgezien van een kostenveroordeling vanwege de datum van het beroepschrift voorafgaand aan een wetswijziging. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2018.
Uitkomst: Het hof bevestigt de berisping van de gerechtsdeurwaarders wegens het niet toepassen van een beslagvrije voet bij bankbeslag.