ECLI:NL:GHAMS:2018:1195
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens termijnoverschrijding verzoek vergoeding kosten strafzaak
Appellant verzocht op grond van artikel 591a Sv om vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in een strafzaak die op 9 januari 2017 onvoorwaardelijk werd geseponeerd. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat het verzoek pas op 25 augustus 2017 werd ingediend, buiten de wettelijke termijn van drie maanden na het einde van de zaak.
Appellant stelde dat de termijnoverschrijding niet aan hem kon worden toegerekend omdat de sepotbrief niet volgens artikel 51 Sv Pro aan zijn advocaat was toegezonden. Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van een afschrift aan de advocaat, zowel appellant als zijn raadsman tijdig op de hoogte waren van het sepotbesluit, zodat het doel van artikel 51 Sv Pro was bereikt.
De brief van 5 juli 2017 waarin werd meegedeeld dat het sepot per abuis was toegezonden en dat vervolging zou worden voortgezet, deed de termijn voor het verzoek niet herleven. Het hof bevestigde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en wees het hoger beroep af.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 april 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van het verzoek tot vergoeding van kosten.