ECLI:NL:GHAMS:2018:1254
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over berekening invaliditeitspensioen op basis van WAO-dagloon
De werknemer, deelnemer aan het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouwnijverheid, werd in 2003 arbeidsongeschikt. Vanaf 2008 ontving hij een invaliditeitspensioen (IP) berekend op basis van zijn WAO-dagloon volgens het pensioenreglement. Hij vorderde in hoger beroep een hoger IP gebaseerd op zijn laatstverdiende loon inclusief alle looncomponenten.
De kantonrechter wees deze vorderingen af omdat het pensioenreglement het WAO-dagloon als grondslag hanteert. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de werknemer geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan mededelingen op de website van het pensioenfonds of een niet nader onderbouwd huisbezoek dat zou leiden tot een hoger IP.
Verder stelde het hof vast dat de werknemer onvoldoende had toegelicht welke looncomponenten niet waren meegenomen in het WAO-dagloon en dat de subsidiaire vordering over de franchise eveneens niet was onderbouwd. De grieven faalden, het vonnis werd bekrachtigd en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van de werknemer tot een hoger invaliditeitspensioen af.