ECLI:NL:GHAMS:2018:1474
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks verzoek telefonische hoorzitting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto op een locatie stond waar haar parkeervergunning op dat tijdstip niet geldig was. Zij maakte bezwaar en verzocht om een telefonische hoorzitting, maar werd uitgenodigd voor een fysieke hoorzitting waar zij niet op verscheen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat belanghebbende niet tijdig had gereageerd op de uitnodiging en geen verzoek had gedaan om de hoorzitting telefonisch te laten plaatsvinden. Ook was het niet verplicht om de stukken toe te zenden, slechts inzage was vereist.
In hoger beroep bevestigde het hof deze overwegingen. Het hof stelde dat het bestuursorgaan geen beleid voerde om telefonische hoorzittingen te weigeren, maar dat het verzoek abusievelijk over het hoofd was gezien. Dit rechtvaardigde echter geen schending van de hoorplicht. Het hof nam de rechtbankoverwegingen over en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en oordeelt dat geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden.