ECLI:NL:GHAMS:2018:1545
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak invoer verboden plantensoort Aloë capensis wegens onduidelijkheid soortaanduiding
De verdachte werd beschuldigd van het invoeren van 30 capsules met als ingrediënt Aloë capensis, een plantensoort die volgens de aanklacht verboden zou zijn ingevoerd. De zaak werd na meerdere procedures, waaronder cassatie en terugwijzing door de Hoge Raad, opnieuw behandeld door het gerechtshof Amsterdam.
Tijdens het hoger beroep werd onderzocht of Aloë capensis een zelfstandige beschermde plantensoort is die onder de CITES-regeling valt en waarvan invoer verboden is. Deskundigen van de Hortus Botanicus Leiden en Amsterdam verklaarden dat Aloë capensis geen geaccepteerde wetenschappelijke soortnaam is maar een verzamelnaam die ook wordt gebruikt voor Aloë vera, een soort die expliciet is vrijgesteld van het invoerverbod.
De advocaat-generaal en het hof namen deze verklaringen mee in hun oordeel. Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte een verboden plantensoort heeft ingevoerd. Daarom werd het vonnis van de economische politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat Aloë capensis geen zelfstandige beschermde plantensoort is en invoer van Aloë vera is toegestaan.