Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
is in 2005 een afspraak gemaakt dat alle Vobis facturen werden betaald op de privé bankrekening van [appellant] . Dit in verband met een korting die [appellant] zou krijgen omdat hij een voormalig werknemer was van Vobis. Uit onderzoek is gebleken dat in de periode 17 maart 2005 tot en met 26 juli 2013 in totaal 95 Vobis facturen door OCK het Spalier aan [appellant] zijn betaald.
3.Beoordeling
“in aanmerking nemende”van de vaststellingsovereenkomst staat:
“dat er van alles niet klopte”, blijkt niet dat [Y] en Kenter toen wisten of vermoedden dat [appellant] fraude zou hebben gepleegd, laat staan in een omvang als waarvan sprake blijkt te zijn.