Uitspraak
BRENER INŞAAT TAAHHÜT A.S.,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
grieven 1 en 2 in principaal appelbetoogt Brener dat de vaststelling onder 2.2 op onderdelen onjuist is. Het hof zal daarmee in het navolgende rekening houden. De grieven kunnen echter niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis.
grieven 3 tot en met 5 in principaal appelstrekken ten betoge dat de rechtbank ten onrechte de vordering (in conventie) van Brener heeft afgewezen en kunnen gezamenlijk worden behandeld.
“indien rechtens komt vast te staan dat Brener volledig conform deze overeenkomsten heeft gepresteerd”, maar zij miskent daarmee dat zij geen gehele of gedeeltelijke ontbinding van de betrokken overeenkomsten heeft gevorderd en daarom voormeld bedrag – behoudens de eventuele gegrondheid van het door haar in appel gedane beroep op verrekening – dan ook aan Brener zal hebben te voldoen.
€ 371.000,00
€ 2.906,89
€ 40.000,00
grief 3 in incidenteel appelkomt Downtown op tegen rov 4.6 van het bestreden vonnis, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de schadevergoedings-vordering van Downtown van € 333.500,= wegens de door haar gestelde gebreken van het door Brener gepresteerde niet toewijsbaar is. De rechtbank heeft deze afwijzing, kort gezegd, hierop gebaseerd dat Downtown Brener te laat, namelijk (pas) op 8 december 2012, van de door haar gestelde gebreken in kennis heeft gesteld. De rechtbank is daarbij uitgegaan van een oplevering op 2 september 2012.
grief 5 in incidenteel appelbetoogt Downtown dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op de door haar gevorderde opheffing van het door Brener te haren laste gelegde beslag (vgl. rov 2.3 onder (g) van dit arrest).
grief 6 in incidenteel appelhebben allebei betrekking op de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de proceskosten. Het hof zal, omdat het al dan niet welslagen ervan afhankelijk is van het lot van de overige grieven, de behandeling van deze grieven aanhouden tot in het eindarrest.