In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor diefstal van een fiets die als lokfiets door de politie was geplaatst. De verdachte had de fiets met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weggenomen door middel van verbreking.
De verdediging voerde aan dat de politie onrechtmatig had gehandeld door de fiets op een ongebruikelijke plaats te plaatsen, waardoor sprake zou zijn van uitlokking in strijd met het Tallon-criterium. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte reeds tevoren het opzet had de fiets weg te nemen, zoals hij zelf verklaarde dat hij de fiets een dag eerder had gezien en van plan was deze de volgende dag mee te nemen. De locatie van de fiets speelde geen rol in zijn handelen.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte de fiets had weggenomen en strafbaar was. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de eerdere veroordelingen van de verdachte, legde het hof een gevangenisstraf van vier weken op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee weken wegens een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.