Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 juni 2018 in hoger beroep uitspraak gedaan tegen verdachte die werd verdacht van meerdere winkeldiefstallen gepleegd op of omstreeks 9 augustus 2017 in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het stelen van diverse goederen uit winkels aan de Nieuwendijk en Kalverstraat, waaronder een blikje bier, een kniptang, een spijkerbroek en een jas.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze diefstallen heeft gepleegd met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Daarbij werd meegewogen dat tijdens het plegen van deze feiten nog geen vijf jaren waren verstreken sinds een eerdere veroordeling van verdachte voor een soortgelijk misdrijf. De verdachte werd hierdoor als recidivist aangemerkt.
De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis en legde opnieuw straf op. Gelet op de ernst van de feiten, de veelvuldige recidive en het feit dat verdachte letterlijk op strooptocht ging door meerdere winkels in korte tijd te beroven, vond het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden passend en geboden. De door de advocaat-generaal gevorderde straf van 6 weken achtte het hof onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten.
Het hof verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden met aftrek van voorarrest. Verdachte werd tevens vrijgesproken van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen verklaard.
Deze uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters M.J.A. Plaisier, N.A. Schimmel en F.G. Hijink.