In hoger beroep is de verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij met ongeveer 110 hennepplanten in zijn woning te Amsterdam op 3 december 2014. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet konden worden bewezen.
De rechtbank had eerder een taakstraf van 40 uur en subsidiair 20 dagen hechtenis opgelegd. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep wegens procedurele redenen en deed opnieuw recht, waarbij het de straf bevestigde. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de schadelijkheid van drugs voor de volksgezondheid en de eerdere veroordelingen van de verdachte.
De raadsman had een voorwaardelijke straf bepleit, maar het hof vond dit onvoldoende recht doen aan de ernst van het feit. De straf is opgelegd op grond van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 juni 2018.