ECLI:NL:GHAMS:2018:2149
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening door moeder
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 30 november 2017. Volgens artikel 358 tweede Pro lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet het hoger beroep binnen drie kalendermaanden na de uitspraak van de rechtbank worden ingesteld. De moeder had derhalve uiterlijk op 28 februari 2018 het hoger beroepschrift moeten indienen.
Het hof constateert dat het hoger beroepschrift pas op 1 maart 2018 is ingekomen bij de griffie, waardoor het beroep niet tijdig is ingesteld. Het downloaden van een V1-formulier op 27 februari 2018 door de advocaat van de moeder wordt niet aangemerkt als het instellen van het hoger beroep.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 mei 2018 was de moeder wel aanwezig, maar de GI verscheen niet. Gezien de te late indiening verklaart het hof het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk. De beschikking is op 5 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep van de moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.