Uitspraak
mr. L.C. Griffioen-Wennekeste Waddinxveen,
mr. W.J.G. Schröderte Rotterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen van 1974 tot 1986 en zijn in 1986 gescheiden waarbij de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap werd vastgesteld. De rechtbank Den Haag had in 2012 de verdeling bepaald en de man veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens overbedeling. Het hof Den Haag vernietigde dit vonnis en stelde een hoger bedrag vast, waarbij de waarde van de onderneming van de man echter niet volledig werd betrokken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof Den Haag en verwees de zaak terug met de instructie om de waarde van de onderneming per peildatum 7 maart 2012 vast te stellen en mee te nemen in de overbedeling. Het hof Amsterdam heeft na verwijzing de waarde van de onderneming vastgesteld op basis van fiscale stukken over 2012, rekening houdend met activa, passiva en reeds betaalde bedragen.
Het hof oordeelde dat de man nog een bedrag van €6.909,99 aan de vrouw moet betalen wegens overbedeling. De proceskosten worden gecompenseerd doordat elke partij haar eigen kosten draagt. De man werd veroordeeld tot betaling binnen veertien dagen na betekening van het arrest.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €6.909,99 aan de vrouw wegens overbedeling na vaststelling van de waarde van de onderneming per 7 maart 2012.