ECLI:NL:GHDHA:2014:1988
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- E.A. Mink
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Verdeling na scheiding en vaststelling overbedelingsvordering van twee appartementsrechten
In deze civiele zaak bij het gerechtshof Den Haag staat de verdeling van twee appartementsrechten na scheiding centraal, waarbij de waarde van de panden en de overbedelingsvordering tussen ex-echtgenoten wordt vastgesteld.
De woning aan de [adres twee] is verkocht voor €80.000, waarvan na kosten €63.646,06 resteerde. De WOZ-waarde van de woning aan de [adres een] bedroeg €118.000. Partijen bereikten geen overeenstemming over taxateurs, waardoor het hof de WOZ-waarde als uitgangspunt nam. De man stelde investeringen in beide panden te hebben gedaan, maar kon dit niet onderbouwen, zodat dit niet werd meegenomen.
Het hof oordeelde dat artikel 3:194 lid 2 BW Pro niet van toepassing was omdat de woning aan de [adres twee] was betrokken in de verdeling en aan de man was toegewezen. De man heeft een regresrecht op de vrouw voor de helft van de hypothecaire leningen, wat resulteert in een overbedelingsvordering van €84.252,15. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege het geschil tussen ex-echtgenoten.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €84.252,15 aan de vrouw wegens overbedeling, met compensatie van proceskosten.