ECLI:NL:GHAMS:2018:221
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over arbeidsovereenkomst en authenticiteit handtekeningen
In deze civiele procedure in hoger beroep staat centraal of tussen appellant en IPD sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In een eerder tussenarrest werd voorshands bewezen geacht dat een dergelijke arbeidsovereenkomst bestond. IPD mocht tegenbewijs leveren, waarbij getuigen werden gehoord, waaronder directeuren van IPD en de accountant.
De getuigenverklaringen betroffen de authenticiteit van twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, met parafen en handtekeningen van partijen. Appellant stelde dat enkele parafen en handtekeningen niet van hem waren, terwijl IPD dit betwistte. Gezien de tegenstrijdige verklaringen wenst het hof deskundigenonderzoek naar de authenticiteit van de parafen en handtekeningen.
Het hof formuleerde vijf concrete vragen aan de deskundige over de echtheid van de parafen en handtekeningen en de samenhang van de documenten. De kosten van het onderzoek worden gelijkelijk verdeeld tussen partijen. De zaak is aangehouden tot na het deskundigenbericht, waarbij partijen ook gelegenheid krijgen om zich uit te laten over de conceptvragen en de keuze van de deskundige.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam en op 23 januari 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor deskundigenonderzoek naar de authenticiteit van parafen en handtekeningen op arbeidsovereenkomsten.