Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
niettot een verzoek overgaat, zijn de raad voor de kinderbescherming, een ouder en het openbaar ministerie bevoegd tot het doen van het verzoek. In het onderhavige geval is echter een verlengingsverzoek gedaan door de GI voor de duur van zes maanden. Naar het oordeel van het hof dient artikel 1:260 lid 2 BW Pro niet zo (ruim) uitgelegd te worden dat in een dergelijk geval de ouder bevoegd is om een langere termijn te verzoeken dan de GI heeft gedaan, zoals door de vader is verzocht. Het voorgaande betekent dat het hof de vader niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen met een termijn van twaalf maanden.