ECLI:NL:GHAMS:2018:2236
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen verlenging alimentatietermijn ondanks substantiële terugval inkomen vrouw na echtscheiding
Het geschil betreft de vraag of de alimentatietermijn, die wettelijk is vastgesteld op twaalf jaar na ontbinding van het huwelijk, verlengd moet worden. De vrouw, arbeidsongeschikt sinds een mishandeling in 1999, verzocht om verlenging van de alimentatieverplichting van de man na het verstrijken van deze termijn in januari 2017.
De rechtbank had de alimentatieverplichting verlengd tot oktober 2021, maar het hof vernietigt deze beschikking. Het hof overweegt dat hoewel de vrouw een substantiële terugval in inkomen zal ervaren, deze niet zo ingrijpend is dat verlenging van de alimentatie gerechtvaardigd is. De vrouw ontvangt een WAO-uitkering en zal bij beëindiging van de alimentatie een bijstandsuitkering ontvangen, waardoor de werkelijke inkomensdaling iets minder is dan de bruto berekening.
Het hof benadrukt dat de wettelijke termijn van twaalf jaar in principe definitief is en dat verlenging slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is. De vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij haar kosten niet verder kan beperken, waardoor geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld die verlenging rechtvaardigen.
De man heeft afstand gedaan van zijn recht op terugbetaling van reeds betaalde alimentatie na 27 januari 2017. De kosten van de procedure worden op de gebruikelijke wijze gecompenseerd.
Uitkomst: De alimentatietermijn wordt niet verlengd en eindigt op 27 januari 2017.