In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het mishandelen van een rijksspeurhond door met kracht tegen het dier te schoppen op 25 april 2016 te Schiphol.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de verbalisanten onbetrouwbaar waren en dat de enige neutrale getuige de hond niet had zien raken. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van de verbalisanten en getuige elkaar op belangrijke punten ondersteunen en dat het bewijs voldoende was om de schuld van de verdachte vast te stellen.
Nader onderzoek naar camerabeelden en het horen van een senior secretaris werd door het hof afgewezen omdat er geen relevante beelden beschikbaar waren en het verzoek niet noodzakelijk werd geacht.
De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren. Gelet op de ernst van het feit en de persoon van de verdachte legde het hof een geheel voorwaardelijke geldboete van €500,- op met een proeftijd van twee jaar.