ECLI:NL:GHAMS:2018:2430
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en bevestiging niet-ontvankelijkheid vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze strafzaak vorderde het openbaar ministerie ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte, geschat op €150.082,00, later gematigd tot €136.982,00. De verdachte werd door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van het ten laste gelegde en de officier van justitie werd niet ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering.
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen zowel de vrijspraak als de niet-ontvankelijkheid. Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep na meerdere zittingen op 8 september 2017, 26 juni 2018 en 28 juni 2018, waarbij zowel de advocaat-generaal als de raadsman van de verdachte hun standpunten naar voren brachten.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarbij het de vrijspraak van de verdachte handhaafde en de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de ontnemingsvordering bevestigde. De beslissing omtrent de benadeelde partijen werd in hoger beroep heropend. Het arrest werd uitgesproken op 12 juli 2018 door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken en de officier van justitie is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.