Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Brondocument: Fiscale naheffing’) luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende parkeerde op 7 december 2016 zijn auto op een locatie in de gemeente Zaanstad zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Hoewel één van de parkeerautomaten defect was, waren er andere werkende automaten beschikbaar. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €62, inclusief naheffingskosten. Belanghebbende maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door de heffingsambtenaar en later ook door de rechtbank Noord-Holland.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat hij slecht ter been was en dat de defecte parkeerautomaat hem verhinderde om te betalen. Het hof oordeelde dat een defecte automaat niet ontslaat van de betalingsplicht en dat belanghebbende de mogelijkheid had om bij een andere automaat te betalen. De constatering van de parkeercontroleur dat geen parkeerbelasting was voldaan, was voldoende grond voor naheffing, ongeacht de omschrijving van de overtreding.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. N. Djebali als voorzitter van de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 17 juli 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt bevestigd.